machen
machen
maxɐn
makhn

Definitie en betekenis van "machen"in het Duits

machen
01

maken

Etwas herstellen oder produzieren 
machen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
mache
3e persoon enkelvoud
macht
onvoltooid deelwoord
machend
onvoltooid verleden tijd
machte
voltooid deelwoord
gemacht
Voorbeelden
Ich mache einen Kuchen. 

Ik maak een taart.

02

doen, uitvoeren

Eine Tätigkeit ausführen 
machen definition and meaning
Voorbeelden
Was machst du? 

Wat doe je?

03

veroorzaken, teweegbrengen

Verursachen oder bewirken 
machen definition and meaning
Voorbeelden
Lärm macht Kopfschmerzen. 

Lawaai veroorzaakt hoofdpijn.

04

geven, verstrekken

Geben oder ergeben 
machen definition and meaning
Voorbeelden
Mach mir das Buch! 

Maak mij het boek !

05

kosten, waard zijn

Einen bestimmten Preis haben 
machen definition and meaning
Voorbeelden
Wie viel macht das? 

Hoeveel kost dat?

06

de indruk geven, lijken

Den Eindruck haben 
sich machen definition and meaning
Voorbeelden
Das macht den Anschein. 

Dat geeft de indruk.

07

urineren, plassen

Urin lassen 
machen definition and meaning
Voorbeelden
Das Kind muss machen. 

Het kind moet doen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store