klein
Pronunciation
/klaɪ̯n/

Definitie en betekenis van "klein"in het Duits

01

klein, minuscuul

Von geringer räumlicher Ausdehnung
klein definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
kleinste-
vergrotende trap
kleiner
gradueerbaar
verbuigbaar
Voorbeelden
Sie hat kleine Hände.
Ze heeft kleine handen.
02

klein

Nicht groß gewachsen
klein definition and meaning
Voorbeelden
Die kleinste Schülerin sitzt vorne.
De kleinste leerling zit vooraan.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store