Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
klarmachen
[past form: machte klar]
01
duidelijk uitleggen, begrijpelijk maken
Jemandem etwas deutlich erklären oder verständlich machen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
klar
basiswerkwoord
machen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
mache klar
3e persoon enkelvoud
macht klar
onvoltooid deelwoord
klarmachend
onvoltooid verleden tijd
machte klar
voltooid deelwoord
klargemacht
Voorbeelden
Ich werde ihm die Regeln nochmal klarmachen.
Ik zal hem de regels nogmaals duidelijk maken.



























