klappen
Pronunciation
/ˈklapən/

Definitie en betekenis van "klappen"in het Duits

klappen
[past form: klappte]
01

lukken, goed verlopen

Wie geplant funktionieren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
klappe
3e persoon enkelvoud
klappt
onvoltooid deelwoord
klappend
onvoltooid verleden tijd
klappte
voltooid deelwoord
geklappt
Voorbeelden
Hoffentlich klappt der Umzug morgen.
Hopelijk verloopt de verhuizing morgen soepel.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store