Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
kaputtmachen
01
vernietigen, kapotmaken
Etwas zerstören oder funktionsunfähig machen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
kaputt
basiswerkwoord
machen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
mache kaputt
3e persoon enkelvoud
macht kaputt
onvoltooid deelwoord
kaputtmachend
onvoltooid verleden tijd
machte kaputt
voltooid deelwoord
kaputtgemacht
Voorbeelden
Ich will das Spielzeug nicht kaputtmachen.
Ik wil het speelgoed niet kapotmaken.



























