Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
kaputtgehen
01
kapot gaan, stuk gaan
Durch äußere Einwirkung oder Gebrauch beschädigt werden und nicht mehr funktionieren
Voorbeelden
Die Waschmaschine ist nach 10 Jahren kaputtgegangen.
De wasmachine is na 10 jaar kapot gegaan.



























