kaputtgehen
Pronunciation
/kapʊt geːən/
kaputt gehen

Definitie en betekenis van "kaputtgehen"in het Duits

kaputtgehen
01

kapot gaan, stuk gaan

Durch äußere Einwirkung oder Gebrauch beschädigt werden und nicht mehr funktionieren
kaputtgehen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
kaputt
basiswerkwoord
gehen
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
gehe kaputt
3e persoon enkelvoud
geht kaputt
onvoltooid deelwoord
kaputtgehend
onvoltooid verleden tijd
ging kaputt
voltooid deelwoord
kaputtgegangen
Voorbeelden
Die Waschmaschine ist nach 10 Jahren kaputtgegangen.
De wasmachine is na 10 jaar kapot gegaan.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store