Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
jagen
[past form: jagte]
01
jagen
Nach Tieren suchen, um sie zu fangen oder zu töten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
jage
3e persoon enkelvoud
jagt
onvoltooid deelwoord
jagend
onvoltooid verleden tijd
jagte
voltooid deelwoord
gejagt
Voorbeelden
Früher mussten die Menschen jagen, um zu überleben.
Vroeger moesten mensen jagen om te overleven.



























