Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Die Jahreszeit
[gender: feminine]
01
seizoen, jaargetijde
Eine der vier Phasen im Jahr mit bestimmtem Wetter
Voorbeelden
Im Frühling blühen viele Blumen.
In de lente bloeien veel bloemen, het is een seizoen.
Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
seizoen, jaargetijde