die jahreszeit
jahreszeit
ja:ʁəst͡saɛ̯t
yarēstsaet

Definitie en betekenis van "jahreszeit"in het Duits

Die Jahreszeit
01

seizoen, jaargetijde

Eine der vier Phasen im Jahr mit bestimmtem Wetter 
die Jahreszeit definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
vrouwelijk
genitiefvorm
Jahreszeit
meervoudsvorm
Jahreszeiten
Voorbeelden
Der Winter ist meine Lieblingsjahreszeit. 

De winter is mijn favoriete seizoen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store