hupen
hupen
hu:pɐn
hoopn
huren

Definitie en betekenis van "hupen"in het Duits

01

toeteren, claxonneren

Ein Signal mit der Autohupe geben 
hupen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
hupe
3e persoon enkelvoud
hupt
onvoltooid deelwoord
hupend
onvoltooid verleden tijd
hupte
voltooid deelwoord
gehupt
Voorbeelden
Er hupte, weil das Auto vor ihm langsam fuhr. 

Hij toeterde omdat de auto voor hem langzaam reed.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store