Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
husten
01
hoesten, last hebben van hoest
Luft laut aus dem Hals stoßen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
huste
3e persoon enkelvoud
hustet
onvoltooid deelwoord
hustend
onvoltooid verleden tijd
hustete
voltooid deelwoord
gehustet
Voorbeelden
Warum hustest du so viel?
Waarom hoest je zo veel?
Der Husten
[gender: masculine]
01
hoest, hoestbui
Ein Geräusch beim plötzlichen Ausatmen durch den Hals
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Hustens
meervoudsvorm
Husten
Voorbeelden
Ihr Husten klingt schlimm.
Haar hoest klinkt slecht.



























