gucken
gu
ˈkʊ
koo
cken
kən
kēn

Definitie en betekenis van "gucken"in het Duits

gucken
[past form: guckte]
01

kijken, bekijken

Mit den Augen etwas anschauen
gucken definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
gucke
3e persoon enkelvoud
guckt
onvoltooid deelwoord
guckend
onvoltooid verleden tijd
guckte
voltooid deelwoord
geguckt
Voorbeelden
Er guckt oft aus dem Fenster.
Hij kijkt vaak uit het raam.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store