gut
Pronunciation
/ɡuːt/

Definitie en betekenis van "gut"in het Duits

01

goed, van goede kwaliteit

Von angenehmer oder hoher Qualität
gut definition and meaning
example
Voorbeelden
Er ist ein guter Schüler.
Hij is een goede leerling.
02

goed

Wird zum Wunsch von etwas Positivem benutzt
gut definition and meaning
example
Voorbeelden
Gut gemacht!
Goed gedaan !
03

ruimschoots, flink meer dan

In großem Umfang
example
Voorbeelden
Das dauert gut zwei Stunden.
Dat duurt goed twee uur.
01

Goed, Prima

Zustimmende oder beruhigende Äußerung
gut definition and meaning
example
Voorbeelden
" Es tut mir leid. " " Nun gut, vergiss es. "
"Het spijt me." "Goed, vergeet het maar."
01

goed

Etwas mit Kompetenz ausführen
gut definition and meaning
example
Voorbeelden
Sie kann gut kochen.
Ze kan goed koken.
02

goed, aangenaam

Ästhetisch oder geschmacklich ansprechend
gut definition and meaning
example
Voorbeelden
Der Kuchen schmeckt gut.
De taart heeft een goede smaak.
Das Gut
[gender: neuter]
01

goederen, producten

Konkrete, bewegliche Gegenstände des Handels oder Transports
das Gut definition and meaning
example
Voorbeelden
Der LKW bringt Güter.
De vrachtwagen vervoert goederen.
02

eigendom, bezit

Materieller Besitz
das Gut definition and meaning
example
Voorbeelden
Das Gut ist groß.
Het goed is groot.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store