Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
goed, van goede kwaliteit
Von angenehmer oder hoher Qualität
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
am besten
vergrotende trap
besser
gradueerbaar
verbuigbaar
Voorbeelden
Er ist ein guter Schüler.
Hij is een goede leerling.
02
goed
Wird zum Wunsch von etwas Positivem benutzt
Voorbeelden
Gut gemacht!
Goed gedaan !
03
ruimschoots, flink meer dan
In großem Umfang
Voorbeelden
Das dauert gut zwei Stunden.
Dat duurt goed twee uur.
01
Goed, Prima
Zustimmende oder beruhigende Äußerung
Voorbeelden
" Es tut mir leid. " " Nun gut, vergiss es. "
"Het spijt me." "Goed, vergeet het maar."
gut
01
goed
Etwas mit Kompetenz ausführen
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Sie kann gut kochen.
Ze kan goed koken.
02
goed, aangenaam
Ästhetisch oder geschmacklich ansprechend
Voorbeelden
Der Kuchen schmeckt gut.
De taart heeft een goede smaak.
Das Gut
[gender: neuter]
01
goederen, producten
Konkrete, bewegliche Gegenstände des Handels oder Transports
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Gutes
meervoudsvorm
Güter
Voorbeelden
Der LKW bringt Güter.
De vrachtwagen vervoert goederen.
02
eigendom, bezit
Materieller Besitz
Voorbeelden
Das Gut ist groß.
Het goed is groot.



























