gehören
Pronunciation
/ɡəˈhøːʁən/

Definitie en betekenis van "gehören"in het Duits

gehören
01

behoren tot, deel uitmaken van

Im Besitz von jemandem sein oder zu etwas zählen
gehören definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ge
basiswerkwoord
hören
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
gehöre
3e persoon enkelvoud
gehört
onvoltooid deelwoord
gehörend
onvoltooid verleden tijd
gehörte
voltooid deelwoord
gehört
Voorbeelden
Die Tasche gehört meiner Mutter.
De tas behoort toe aan mijn moeder.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store