Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Das Gehör
01
gehoor, hoorvermogen
Die Fähigkeit, Geräusche wahrzunehmen
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Gehörs
Voorbeelden
Musiker haben ein gutes Gehör für Töne.
Muzikanten hebben een goed gehoor voor tonen.



























