frankieren
frankieren
fʁangki:ʁɐn
frangkirn

Definitie en betekenis van "frankieren"in het Duits

frankieren
01

frankeren, van een postzegel voorzien

Einen Brief oder ein Paket mit einer Briefmarke versehen 
frankieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
frankiere
3e persoon enkelvoud
frankiert
onvoltooid deelwoord
frankierend
onvoltooid verleden tijd
frankierte
voltooid deelwoord
frankiert
Voorbeelden
Du musst den Brief richtig frankieren, bevor du ihn abschickst. 

Je moet de brief correct frankeren voordat je hem verstuurt.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store