frankieren

Definitie en betekenis van "frankieren"in het Duits

frankieren
01

frankeren, van een postzegel voorzien

Einen Brief oder ein Paket mit einer Briefmarke versehen
frankieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
frankiere
3e persoon enkelvoud
frankiert
onvoltooid deelwoord
frankierend
onvoltooid verleden tijd
frankierte
voltooid deelwoord
frankiert
Voorbeelden
Das Paket ist nicht frankiert und kann nicht verschickt werden.
Het pakket is niet gefrankeerd en kan niet worden verzonden.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store