flanieren
Pronunciation
/flaˈniːʀən/

Definitie en betekenis van "flanieren"in het Duits

flanieren
[past form: flanierte]
01

wandelen, flaneren

Langsam und entspannt spazieren gehen, oft an einem schönen Ort oder in der Stadt
flanieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
flaniere
3e persoon enkelvoud
flanier
onvoltooid deelwoord
flanierend
onvoltooid verleden tijd
flanierte
voltooid deelwoord
flaniert
Voorbeelden
Viele Leute flanieren sonntags im Park.
Veel mensen flaneren in het park op zondag.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store