festsetzen
Pronunciation
/ˈfɛstˌzɛʦn̩/

Definitie en betekenis van "festsetzen"in het Duits

festsetzen
01

vaststellen, bepalen

Etwas verbindlich oder offiziell bestimmen
festsetzen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
fest
basiswerkwoord
setzen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
setze fest
3e persoon enkelvoud
setzt fest
onvoltooid deelwoord
festsetzend
onvoltooid verleden tijd
setzt fest
voltooid deelwoord
festgesetzt
Voorbeelden
Das Gericht setzte eine Frist von 30 Tagen fest.
De rechtbank stelde een termijn van 30 dagen vast.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store