fesseln
fe
ˈfɛ
fe
sseln
səln
sēln

Definitie en betekenis van "fesseln"in het Duits

fesseln
01

boeien, vastbinden

Jemanden oder etwas mit Fesseln fixieren, um Bewegung zu verhindern 
fesseln definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
fessele
3e persoon enkelvoud
fesselt
onvoltooid deelwoord
fesselnd
onvoltooid verleden tijd
fesselte
voltooid deelwoord
gefesselt
Voorbeelden
Die Gefangenen wurden an den Händen gefesselt. 

De gevangenen werden geboeid aan de handen.

02

boeien, fascineren

Jemandes Aufmerksamkeit oder Interesse stark binden 
fesseln definition and meaning
Voorbeelden
Der Roman fesselte mich von der ersten Seite an. 

De roman boeide me vanaf de eerste pagina.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store