Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
erschließen
01
ontwikkelen, ontginnen
Einen Bereich nutzbar machen oder für jemanden zugänglich machen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
onscheidbaar
partikel
er
basiswerkwoord
schließen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
erschließe
3e persoon enkelvoud
erschließt
onvoltooid deelwoord
erschließend
onvoltooid verleden tijd
erschloss
voltooid deelwoord
erschlossen
Voorbeelden
Das Gewerbegebiet wird mit Straßen und Stromanschlüssen erschlossen.
Het industrieterrein wordt ontwikkeld met wegen en stroomaansluitingen.



























