Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ernten
[past form: erntete]
01
oogsten, maaien
Pflanzen oder Früchte von Feldern sammeln, wenn sie reif sind
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
ernte
3e persoon enkelvoud
erntet
onvoltooid deelwoord
erntend
onvoltooid verleden tijd
erntete
voltooid deelwoord
geerntet
Voorbeelden
Die Ernte beginnt im September.
Oogsten begint in september.



























