Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
einsetzen
01
in dienst nemen, gebruiken
Jemanden für eine Arbeit anstellen oder etwas verwenden
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
setzen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
setze ein
3e persoon enkelvoud
setzt ein
onvoltooid deelwoord
einsetzend
onvoltooid verleden tijd
setzt ein
voltooid deelwoord
eingesetzt
Voorbeelden
Sie setzt Experten ein, um das Problem zu lösen.
Ze zet experts in om het probleem op te lossen.
02
toewijden, inzetten
Sich einer Aufgabe oder Sache ganz widmen
Voorbeelden
Viele Freiwillige setzen sich für die Gemeinde ein.
Veel vrijwilligers wijden zich aan de gemeenschap.
03
vechten voor
Sich für eine Sache aktiv bemühen
Voorbeelden
Viele Menschen setzen sich gegen Gewalt ein.
Veel mensen zetten zich in tegen geweld.
Lexicale Boom
einsetzen
ein
setzen



























