Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
einnehmen
01
verdienen, verkrijgen
Geld durch Verkauf oder andere Quellen bekommen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
nehmen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
nehme ein
3e persoon enkelvoud
nimmt ein
onvoltooid deelwoord
einnehmend
onvoltooid verleden tijd
nahm ein
voltooid deelwoord
eingenommen
Voorbeelden
Der Eintritt ins Museum nimmt viel Geld ein.
De toegang tot het museum levert veel geld op.
02
innemen, gebruiken
Medikamente oder Essen zu sich nehmen
Voorbeelden
Bitte die Medizin vor dem Essen einnehmen.
Neem het medicijn alstublieft in voor het eten.
03
innemen, bezetten
Einen Ort oder eine Position besetzen oder kontrollieren
Voorbeelden
Das Schiff nahm im Hafen seinen Liegeplatz ein.
Het schip nam zijn ligplaats in de haven in.



























