Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
durchsetzen
01
met succes realiseren, doordrukken
Etwas gegen Widerstand erfolgreich verwirklichen oder durchführen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
durch
basiswerkwoord
setzen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
setze durch
3e persoon enkelvoud
setzt durch
onvoltooid deelwoord
durchsetzend
onvoltooid verleden tijd
setzte durch
voltooid deelwoord
durchgesetzt
Voorbeelden
Die Regierung setzte die Reformen durch.
De regering heeft de hervormingen doorgevoerd.
02
zich doorzetten, zegevieren
Sich gegen Widerstände oder Alternativen durch Erfolg allgemein durchsetzen
Voorbeelden
Die Glühbirne setzte sich gegen Gaslampen durch.
De gloeilamp zegevierde over gaslampen.



























