Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
darlegen
01
uitvoerig uitleggen, verklaren
Etwas ausführlich und systematisch erklären oder begründen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
dar
basiswerkwoord
legen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
lege dar
3e persoon enkelvoud
legt dar
onvoltooid deelwoord
darlegend
onvoltooid verleden tijd
legte dar
voltooid deelwoord
dargelegt
Voorbeelden
Der Anwalt legte dem Richter die Beweislage detailliert dar.
De advocaat legde de bewijssituatie gedetailleerd uit aan de rechter.



























