bewirken
Pronunciation
/bəˈvɪʁkn̩/

Definitie en betekenis van "bewirken"in het Duits

bewirken
01

veroorzaken, teweegbrengen

Eine bestimmte Wirkung oder ein Ergebnis herbeiführen
bewirken definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
be
basiswerkwoord
wirken
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
bewirke
3e persoon enkelvoud
bewirkt
onvoltooid deelwoord
bewirkend
onvoltooid verleden tijd
bewirkte
voltooid deelwoord
bewirkt
Voorbeelden
Seine Entschuldigung bewirkte eine Versöhnung.
Zijn verontschuldiging veroorzaakte een verzoening.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store