bespannen
Pronunciation
/bəˈʃpanən/

Definitie en betekenis van "bespannen"in het Duits

bespannen
01

bedekken, spannen

Eine Fläche oder ein Gerüst mit einem Material überziehen oder spannen
bespannen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
bespanne
3e persoon enkelvoud
bespannt
onvoltooid deelwoord
bespannend
onvoltooid verleden tijd
bespannte
voltooid deelwoord
bespannt
Voorbeelden
Der Tischler bespannte die Tür mit Holzfolie.
De timmerman bespande de deur met houtfineer.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store