besorgen
Pronunciation
/bəˈzɔʁɡən/

Definitie en betekenis van "besorgen"in het Duits

besorgen
01

verkrijgen, kopen

Etwas beschaffen oder kaufen, um es zu bekommen
besorgen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
be
basiswerkwoord
sorgen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
besorge
3e persoon enkelvoud
besorgt
onvoltooid deelwoord
besorgend
onvoltooid verleden tijd
besorgte
voltooid deelwoord
besorgt
Voorbeelden
Er hat schnell die benötigten Materialien besorgt.
Hij heeft snel de benodigde materialen aangeschaft.
02

zorgen voor, verzorgen

sich um jemanden oder etwas kümmern
besorgen definition and meaning
Voorbeelden
Wer besorgt eigentlich die Kinder, wenn ihr arbeiten geht?
Zorgen voor de kinderen, wie doet dat eigenlijk als jullie gaan werken?
03

beheren, organiseren

Etwas erledigen oder organisieren
Voorbeelden
Kannst du die Reservierung im Restaurant besorgen?
Kun je de reservering in het restaurant regelen ?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store