Zoeken
besorgen
01
verkrijgen, kopen
Etwas beschaffen oder kaufen, um es zu bekommen
Voorbeelden
Er hat schnell die benötigten Materialien besorgt.
Hij heeft snel de benodigde materialen aangeschaft.
02
zorgen voor, verzorgen
sich um jemanden oder etwas kümmern
Voorbeelden
Wer besorgt eigentlich die Kinder, wenn ihr arbeiten geht?
Zorgen voor de kinderen, wie doet dat eigenlijk als jullie gaan werken?
03
beheren, organiseren
Etwas erledigen oder organisieren
Voorbeelden
Kannst du die Reservierung im Restaurant besorgen?
Kun je de reservering in het restaurant regelen ?


























