besorgen
be
sorgen
ˈsɔʁgn
sawrgn
besonnenbesoffenbesiegen

Definitie en betekenis van "besorgen"in het Duits

besorgen
01

verkrijgen, kopen

Etwas beschaffen oder kaufen, um es zu bekommen 
besorgen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
be
basiswerkwoord
sorgen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
besorge
3e persoon enkelvoud
besorgt
onvoltooid deelwoord
besorgend
onvoltooid verleden tijd
besorgte
voltooid deelwoord
besorgt
Voorbeelden
Kannst du mir bitte eine Flasche Wasser besorgen? 

Kun je alsjeblieft een fles water voor me regelen?

02

zorgen voor, verzorgen

sich um jemanden oder etwas kümmern 
besorgen definition and meaning
Voorbeelden
Kannst du bitte meine Pflanzen besorgen, während ich im Urlaub bin? 

Kun je alsjeblieft voor mijn planten zorgen terwijl ik op vakantie ben?

03

beheren, organiseren

Etwas erledigen oder organisieren 
Voorbeelden
Ich besorge das schnell für dich. 

Ik regel dit snel voor je.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store