beiwohnen
Pronunciation
/ˈbaɪ̯ˌvoːnən/

Definitie en betekenis van "beiwohnen"in het Duits

beiwohnen
01

bijwonen, deelnemen aan

An einem Ereignis oder einer Veranstaltung aktiv teilnehmen oder dabei anwesend sein
beiwohnen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
bei
basiswerkwoord
wohnen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
wohne bei
3e persoon enkelvoud
wohnt bei
onvoltooid deelwoord
beibewohnend
onvoltooid verleden tijd
wohnte bei
voltooid deelwoord
beigewohnt
Voorbeelden
Sie wollte der Sitzung nicht beiwohnen.
Ze wilde niet deelnemen aan de vergadering.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store