beiwohnen
bei
baɪ
bai
woh
vo:
vo
nen
nən
nēn
bewohnenbelohnen

Definitie en betekenis van "beiwohnen"in het Duits

beiwohnen
01

bijwonen, deelnemen aan

An einem Ereignis oder einer Veranstaltung aktiv teilnehmen oder dabei anwesend sein 
beiwohnen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
bei
basiswerkwoord
wohnen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
wohne bei
3e persoon enkelvoud
wohnt bei
onvoltooid deelwoord
beibewohnend
onvoltooid verleden tijd
wohnte bei
voltooid deelwoord
beigewohnt
Voorbeelden
Der Dichter wohnte der Erstaufführung seines Stückes bei. 

De dichter woonde de première van zijn toneelstuk bij.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store