beherrschen
Pronunciation
/bəˈhɛʁʃn̩/

Definitie en betekenis van "beherrschen"in het Duits

beherrschen
01

beheersen, controleren

Eine Fähigkeit, Sprache oder Technik vollständig und sicher beherrschen
beherrschen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
be
basiswerkwoord
herrschen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
beherrsche
3e persoon enkelvoud
beherrscht
onvoltooid deelwoord
beherrschend
onvoltooid verleden tijd
beherrschte
voltooid deelwoord
beherrscht
Voorbeelden
Diese Software beherrsche ich noch nicht perfekt.
Ik beheers deze software nog niet perfect.
02

regeren, heersen

Politische Macht über ein Land oder Gebiet ausüben oder eine Situation kontrollieren
beherrschen definition and meaning
Voorbeelden
Die Angst beherrschte die Stadt nach dem Anschlag.
Angst heerste over de stad na de aanslag.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store