Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
begreifen
[past form: begriff]
01
begrijpen, realiseren
Etwas verstehen oder realisieren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
begreife
3e persoon enkelvoud
begreift
onvoltooid deelwoord
begreifend
onvoltooid verleden tijd
begriff
voltooid deelwoord
begriffen
Voorbeelden
Kinder begreifen die Welt langsam.
Kinderen begrijpen de wereld langzaam.



























