Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
begleiten
01
begeleiden, vergezellen
emanden auf dem Weg oder bei einer Tätigkeit begleiten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
be
basiswerkwoord
gleiten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
begleite
3e persoon enkelvoud
begleitet
onvoltooid deelwoord
begleitend
onvoltooid verleden tijd
begleitete
voltooid deelwoord
begleitet
Voorbeelden
Der Lehrer begleitet die Schüler auf der Exkursion.
De leraar begeleidt de leerlingen op de excursie.



























