Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
basteln
01
knutselen, maken
Mit den Händen etwas selbst herstellen, oft kleine Gegenstände oder Kunstwerke
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
bastle
3e persoon enkelvoud
bastelt
onvoltooid deelwoord
bastelnd
onvoltooid verleden tijd
bastelte
voltooid deelwoord
gebastelt
Voorbeelden
Er bastelt ein Modellflugzeug.
Hij knutselt een modelvliegtuig.



























