arbeiten
ar
ˈaʁ
ar
beiten
baɪtn
baitn

Definitie en betekenis van "arbeiten"in het Duits

arbeiten
01

werken, arbeiden

Eine Tätigkeit für Geld oder Ergebnisse ausführen 
arbeiten definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
arbeite
3e persoon enkelvoud
arbeitet
onvoltooid deelwoord
arbeitend
onvoltooid verleden tijd
arbeitete
voltooid deelwoord
gearbeitet
Voorbeelden
Ich arbeite im Büro. 

Ik werk op kantoor.

02

zich met moeite een weg banen, moeizaam vooruitkomen

Sich mühsam durch etwas hindurchbewegen 
sich arbeiten definition and meaning
Voorbeelden
Wir arbeiten uns durch den Schnee. 

We werken ons door de sneeuw.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store