Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Die Arbeit
01
werk, baan
Tätigkeit, die man für Geld macht
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
genitiefvorm
Arbeit
meervoudsvorm
Arbeiten
Voorbeelden
Er hat eine Arbeit als Lehrer.
Hij heeft een baan als leraar.
02
werk, arbeid
Das Ergebnis einer Tätigkeit oder Anstrengung
Voorbeelden
Das ist meine Arbeit.
Dit is mijn werk.
03
opdracht, werk
Aufgabe in der Schule oder Uni
Voorbeelden
Die Mathearbeit war schwer.
De wiskundeopdracht was moeilijk.



























