sich anziehen
an
ˈan
an
zie
tsi:
tsi
hen
ən
ēn
andrehenanstehenanflehen

Definitie en betekenis van "anziehen"in het Duits

sich anziehen
01

aantrekken, aankleden

Kleidung auf den Körper machen 
sich anziehen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
ziehen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
ziehe an
3e persoon enkelvoud
zieht an
onvoltooid deelwoord
anziehend
onvoltooid verleden tijd
zog an
voltooid deelwoord
angezogen
Voorbeelden
Ich ziehe eine Jacke an. 

Ik trek een jas aan.

02

aantrekken, bekoren

Etwas macht, dass etwas näher kommt 
anziehen definition and meaning
Voorbeelden
Die Blume zieht Bienen an. 

De bloem trekt bijen aan.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store