Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
anschnallen
01
vastklikken, de veiligheidsgordel omdoen
Den Sicherheitsgurt anlegen und befestigen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
schnallen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schnalle an
3e persoon enkelvoud
schnallt an
onvoltooid deelwoord
anschnallend
onvoltooid verleden tijd
schnallte an
voltooid deelwoord
angeschnallt
Voorbeelden
Kinder müssen im Auto angeschnallt sein.
Kinderen moeten vastgegespt zijn in de auto.



























