anschließen
an
ˈan
an
schlie
ʃli:
shli
ßen
sən
sēn
anschießen

Definitie en betekenis van "anschließen"in het Duits

anschließen
01

aansluiten, inpluggen

Ein elektrisches Gerät mit einer Stromquelle verbinden 
anschließen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
schließen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schließe an
3e persoon enkelvoud
schließt an
onvoltooid deelwoord
anschließend
onvoltooid verleden tijd
schloss an
voltooid deelwoord
angeschlossen
Voorbeelden
Schließ den Stecker an die Steckdose an! 

Sluit de stekker aan op het stopcontact !

02

vastmaken, bevestigen

Etwas mechanisch befestigen oder verbinden 
anschließen definition and meaning
Voorbeelden
Der Hund wurde an die Leine angeschlossen. 

De hond werd aangesloten aan de riem.

03

zich aansluiten, toetreden

Sich einer Gruppe oder Sache freiwillig hinzufügen 
anschließen definition and meaning
Voorbeelden
Sie schloss sich unserer Reisegruppe an. 

Ze sloot zich aan bij onze reisgroep.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store