Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
anschaffen
01
aanschaffen, verwerven
Etwas kaufen, besonders etwas Teures oder für längere Nutzung
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
schaffen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schaffe an
3e persoon enkelvoud
schafft an
onvoltooid deelwoord
anschaffend
onvoltooid verleden tijd
schaffte an
voltooid deelwoord
angeschafft
Voorbeelden
Die Familie hat sich einen Hund angeschafft.
Het gezin heeft een hond aangeschaft.



























