anschaffen
ans
ˈan
an
cha
ˌʃa
sha
ffen
fən
fēn

Definitie en betekenis van "anschaffen"in het Duits

anschaffen
01

aanschaffen, verwerven

Etwas kaufen, besonders etwas Teures oder für längere Nutzung
anschaffen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
schaffen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schaffe an
3e persoon enkelvoud
schafft an
onvoltooid deelwoord
anschaffend
onvoltooid verleden tijd
schaffte an
voltooid deelwoord
angeschafft
Voorbeelden
Die Familie hat sich einen Hund angeschafft.
Het gezin heeft een hond aangeschaft.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store