anrühren
Pronunciation
/ˈanˌʀyːʀən/

Definitie en betekenis van "anrühren"in het Duits

anrühren
01

aanraken

Mit den Fingern oder Händen etwas berühren, oft mit leichter Bewegung
anrühren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
rühren
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
rühre an
3e persoon enkelvoud
rührt an
onvoltooid deelwoord
anrührend
onvoltooid verleden tijd
rührte an
voltooid deelwoord
angerührt
Voorbeelden
Das Kind rührte vorsichtig das Geschenk an.
Het kind raakte voorzichtig het cadeau met de vingertoppen aan.
02

roeren, ontroeren

Gefühle wie Rührung oder Mitleid hervorrufen
anrühren definition and meaning
Voorbeelden
Der Film rührte mich zu Tränen.
De film ontroerde me tot tranen toe.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store