Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
addieren
01
optellen
Zahlen zusammenzählen, um eine Summe zu erhalten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
addiere
3e persoon enkelvoud
addiert
onvoltooid deelwoord
addierend
onvoltooid verleden tijd
addierte
voltooid deelwoord
addiert
Voorbeelden
Im Matheunterricht lernen die Kinder, wie man Zahlen addiert.
In de wiskundeles leren de kinderen hoe ze getallen moeten optellen.
02
optellen, toevoegen
etwas zu etwas anderem dazutun oder hinzufügen
Voorbeelden
Er addierte dem Bericht weitere Details.
Hij voegde verdere details toe aan het rapport.



























