absolvieren
Pronunciation
/apzɔlˈviːʀən/

Definitie en betekenis van "absolvieren"in het Duits

absolvieren
[past form: absolvierte]
01

voltooien, afronden

Etwas erfolgreich beenden, besonders eine Prüfung oder Ausbildung
absolvieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
absolviere
3e persoon enkelvoud
absolviert
onvoltooid deelwoord
absolvierend
onvoltooid verleden tijd
absolvierte
voltooid deelwoord
absolviert
Voorbeelden
Ich habe gerade mein Praktikum absolviert.
Ik heb net mijn stage absolvieren.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store