Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
absagen
01
afzeggen, annuleren
Etwas, das geplant war, zurückziehen oder nicht durchführen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
sagen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
sage ab
3e persoon enkelvoud
sagt ab
onvoltooid deelwoord
absagend
onvoltooid verleden tijd
sagte ab
voltooid deelwoord
abgesagt
Voorbeelden
Sie hat ihre Teilnahme am Kurs abgesagt.
Ze heeft haar deelname aan de cursus geannuleerd.



























