Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
abrunden
01
afronden naar beneden, afkappen
Eine Zahl mathematisch auf die nächstniedrigere Ganzzahl oder eine bestimmte Dezimalstelle reduzieren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
runden
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
runde ab
3e persoon enkelvoud
rundet ab
onvoltooid deelwoord
abrundend
onvoltooid verleden tijd
rundete ab
voltooid deelwoord
abgerundet
Voorbeelden
4,21 wird zu 4 abgerundet.
4,21 wordt afgerond naar 4.



























