ablegen
ab
ˈa:b
ab
le
le:
le
gen
gən
gēn
anlegenablebenablesenabregen

Definitie en betekenis van "ablegen"in het Duits

ablegen
01

uitvaren, afvaren

Ein Schiff oder Boot aus einem Hafen oder von einem Anlegeplatz in Fahrt bringen und wegfahren lassen 
ablegen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
legen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
lege ab
3e persoon enkelvoud
legt ab
onvoltooid deelwoord
ablegend
onvoltooid verleden tijd
legte ab
voltooid deelwoord
abgelegt
Voorbeelden
Das Kreuzfahrtschiff legt um 18 Uhr ab. 

Het cruiseschip vertrekt om 18:00 uur.

02

afleggen, doen

Eine Prüfung oder ein offizielles Testverfahren formell durchführen und damit abschließen 
ablegen definition and meaning
Voorbeelden
Sie hat gestern ihr Goethe-Zertifikat abgelegt. 

Ze heeft gisteren haar Goethe-certificaat afgelegd.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store