Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
abhalten
01
voorkomen, tegenhouden
Jemanden oder etwas davon abhalten, eine Handlung auszuführen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
halten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
halte ab
3e persoon enkelvoud
hält ab
onvoltooid deelwoord
abhaltend
onvoltooid verleden tijd
hielt ab
voltooid deelwoord
abgehalten
Voorbeelden
Regelmäßiges Händewaschen hält Infektionen ab.
Regelmatig handen wassen voorkomt infecties.



























