abhalten
Pronunciation
/ˈapˌhaltn̩/

Definitie en betekenis van "abhalten"in het Duits

abhalten
01

voorkomen, tegenhouden

Jemanden oder etwas davon abhalten, eine Handlung auszuführen
abhalten definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
halten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
halte ab
3e persoon enkelvoud
hält ab
onvoltooid deelwoord
abhaltend
onvoltooid verleden tijd
hielt ab
voltooid deelwoord
abgehalten
Voorbeelden
Regelmäßiges Händewaschen hält Infektionen ab.
Regelmatig handen wassen voorkomt infecties.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store