abgrenzen
Pronunciation
/ˈapˌɡʁɛnt͡sn̩/

Definitie en betekenis van "abgrenzen"in het Duits

abgrenzen
01

zich distantiëren, zich afgrenzen

Sich bewusst von einer Person, Gruppe oder Idee distanzieren, um eine eigene Identität oder Unabhängigkeit zu betonen
abgrenzen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
grenzen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
grenze ab
3e persoon enkelvoud
grenzt ab
onvoltooid deelwoord
abgrenzend
onvoltooid verleden tijd
grenzte ab
voltooid deelwoord
abgegrenzt
Voorbeelden
Er grenzte sich öffentlich von den Aussagen seines Kollegen ab.
Hij heeft zich publiekelijk gedistantieerd van de uitspraken van zijn collega.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store