Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
abgrenzen
01
zich distantiëren, zich afgrenzen
Sich bewusst von einer Person, Gruppe oder Idee distanzieren, um eine eigene Identität oder Unabhängigkeit zu betonen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
grenzen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
grenze ab
3e persoon enkelvoud
grenzt ab
onvoltooid deelwoord
abgrenzend
onvoltooid verleden tijd
grenzte ab
voltooid deelwoord
abgegrenzt
Voorbeelden
Sie grenzt sich von extremen Positionen ab.
Zij onderscheidt zich van extreme standpunten.



























