abfahren
ab
ˈap
ap
fah
fa:
fa
ren
rən
rēn

Definitie en betekenis van "abfahren"in het Duits

abfahren
01

vertrekken, weggaan

Sich mit einem Fahrzeug von einem Ort wegbewegen
abfahren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
fahren
hulpwerkwoord
either
1e persoon enkelvoud
fahre ab
3e persoon enkelvoud
fährt ab
onvoltooid deelwoord
abfahrend
onvoltooid verleden tijd
fuhr ab
voltooid deelwoord
abgefahren
Voorbeelden
Wir sind pünktlich um acht Uhr abgefahren.
We zijn om acht uur op tijd vertrokken.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store